Glasvezelkabels zijn de ruggengraat van elk modern netwerk. Of je nu een bedrijfsnetwerk aanlegt, een datacenter uitbreidt of thuis glasvezel installeert, de juiste kabel maakt het verschil. Bij Glasvezelshop.nl vind je een compleet assortiment glasvezelkabels voor elke toepassing: van eenvoudige indoor installaties tot robuuste buitenbekabeling.
De opbouw van een glasvezelkabel
Een glasvezelkabel bestaat uit meerdere lagen die elk een specifieke functie hebben.
De kern is de glasvezel zelf, ook wel de fiber genoemd. Deze vezel is niet dikker dan een mensenhaar en geleidt lichtsignalen met minimaal verlies. Om de vezel zit een primaire coating die de vezel beschermt tegen mechanische beschadiging en vocht. Daaroverheen zit een secundaire coating die de vezel steviger maakt en geschikt voor verwerking.
Bij tightbuffered kabels zit direct om deze coating nog een stevige beschermlaag per vezel. Bij loosetube kabels liggen de vezels los in een gelgevulde buis, waardoor ze vrij kunnen bewegen bij temperatuurwisselingen.
Boven de vezels zit een kevlarlaag. Kevlar absorbeert trekspanning tijdens installatie en beschermt de vezels bij het trekken door buizen. De buitenste laag is de kabelmantel, ook wel jacket genoemd. Voor binnentoepassingen wordt vaak LSZH gebruikt (Low Smoke Zero Halogen). Dit materiaal produceert bij brand minimale rook en geen giftige gassen. Voor buiten gebruik wordt PE (polyethyleen) gebruikt vanwege de weerbestendigheid.
Let op: kijk nooit direct in een actieve glasvezelkabel. De lichtsignalen zijn onzichtbaar voor het oog maar kunnen het netvlies beschadigen. Gebruik altijd een glasvezeltester of inspectiecamera.
Bij glasvezelkabels maak je altijd een keuze tussen multimode en singlemode. Het verschil zit in de diameter van de kern en de manier waarop licht door de kabel reist.
Multimode kabels hebben een dikkere kern en geleiden meerdere lichtbundels tegelijk. Dit maakt ze geschikt voor kortere afstanden en werkt goed met betaalbare LED- of VCSEL-lichtbronnen. Ze worden veel gebruikt in gebouwen, kantoren en datacenters.
Singlemode kabels hebben een dunne kern van 9/125 micron en geleiden één lichtstraal via laserpulsen. Hierdoor is er nauwelijks signaalverlies over lange afstanden. Singlemode is de standaard voor buitenbekabeling, stadsnetwerken en verbindingen tussen gebouwen.
Type
Soort
Kern
Max. afstand
Toepassing
OM1
Multimode
62,5/125 µm
2.000 m
Oudere netwerken, 10/100 Mbps
OM2
Multimode
50/125 µm
550 m
1 Gbps toepassingen
OM3
Multimode
50/125 µm
300 m
10 Gbps, datacenter
OM4
Multimode
50/125 µm
400 m
10 Gbps, hoge dichtheid
OM5
Multimode
50/125 µm
440 m
40–100 Gbps, SWDM
OS2
Singlemode
9/125 µm
40 km+
Buitenbekabeling, lange afstand
OM1 kabels zijn te herkennen aan de oranje kleur. OM3 is aqua, OM4 violet en OM5 limegroen. OS2 singlemode kabels zijn altijd geel.
Simplex of duplex?
Glasvezelkabels zijn verkrijgbaar met één of twee vezels. Een simplexkabel heeft één vezel en werkt maar één richting op: zenden of ontvangen. Een duplexkabel heeft twee vezels en kan tegelijkertijd zenden en ontvangen. Voor de meeste netwerktoepassingen heb je een duplexkabel nodig.
Welke connector past bij mijn kabel?
De connector bepaalt hoe je kabel aansluit op apparatuur, patchpanelen of andere kabels. De meest gebruikte connectoren zijn:
LC connector — wordt vervangen door: de kleinste en meest gebruikte connector in moderne netwerken. Compact, met trekontlasting, en geschikt voor hoge dichtheid patchpanelen. Wordt gebruikt in datacenters en bedrijfsnetwerken.
Wacht, ik zie dat ik in de connectorenuitleg ook em-dashes had staan. Hier de volledige schone versie van dat blok:
LC connector is de kleinste en meest gebruikte connector in moderne netwerken. Compact, met trekontlasting, en geschikt voor hoge dichtheid patchpanelen. Wordt gebruikt in datacenters en bedrijfsnetwerken.
SC connector is een iets grotere connector die veel wordt toegepast in Gigabitnetwerken en FTTH-aansluitingen. Eenvoudig te koppelen dankzij het druk-en-klik systeem.
ST connector is herkenbaar aan het bajonetsysteem waarmee je de connector vergrendelt. Wordt nog veel gebruikt in oudere installaties en industriële omgevingen.
E2000 connector is een afsluitbare connector met een beschermklepje. Wordt gebruikt in professionele installaties waar stofbescherming belangrijk is, zoals bij KPN-aansluitingen.
Glasvezelkabels vereisen meer precisie dan traditionele netwerkkabels. Zelf connectoren plaatsen is technisch complex en vraagt dure apparatuur zoals een fusielasmachine. De eenvoudigste oplossing voor wie snel en foutloos wil werken is een prefab glasvezelkabel, kant-en-klaar voor gebruik.
Wil je zelf een netwerk aanleggen met losse kabel? Dan werk je met pigtails: kabels van één meter met aan één kant een connector en aan de andere kant een open vezel. Via fusielassen verbind je de pigtail met je hoofdkabel. Voor het trekken van kabels door microducten is EPFU blaaskabel de meest efficiënte keuze.
Na installatie test je de verbinding met een glasvezeltester. Dit apparaat controleert of de kabel licht geleidt en meet de dempingswaarde, een maat voor signaalverlies in het netwerk.
Veelgestelde vragen over glasvezelkabels
Loosetube is robuuster voor buiten en lange afstanden. De vezels liggen los in gel, wat uitzetting bij temperatuurwisseling opvangt. Tightbuffered is flexibeler en eenvoudiger te verwerken voor binnentoepassingen.
Ja, maar kies de juiste uitvoering. Voor directe grondligging of buiteninstallatie gebruik je een kabel met PE-mantel. Voor binnentoepassingen waar brandveiligheid een rol speelt kies je LSZH.
Reken altijd ruim. Neem minimaal twee keer het aantal vezels dat je nu nodig hebt. Reservecapaciteit voorkomt dat je het werk later opnieuw moet doen.
Beide zijn singlemode kabels. OS2 is de nieuwere standaard met minder dempingsverlies en geschikt voor langere afstanden. OS1 wordt nog weinig toegepast in nieuwe installaties.
Nee. Multimode en singlemode zijn niet onderling compatibel. Alle componenten in een glasvezelverbinding, kabel, connectoren en apparatuur, moeten hetzelfde type zijn.